De pensioenregeling van SPT voorziet in:
- Ouderdomspensioen: dit krijgt u iedere maand vanaf uw 65e, zo lang u leeft. U heeft de mogelijkheid om later of eerder met pensioen te gaan. Op zijn vroegst kunt u op uw 60e met pensioen.
- Partnerpensioen: dit krijgt uw eventuele partner na uw overlijden.
- Bijzonder partnerpensioen: dit krijgt uw eventuele partner na scheiding.
- Wezenpensioen: dit krijgen uw eventuele kinderen na uw overlijden. Dit geldt in principe voor kinderen tot 18 jaar. Studeren ze of zijn ze arbeidsongeschikt, dan geldt een bovengrens van 27 jaar.
- Premievrije voortzetting bij arbeidsongeschiktheid: dit geldt voor deelnemers van SPT die arbeidsongeschikt zijn geworden vóór 30 juni 1998. Voorwaarde hiervoor is dat er één of meerdere jaren premie is betaald in de drie jaren voorafgaand aan het ontstaan van de arbeidsongeschiktheid.
Het pensioen kan door toeslagverlening worden verhoogd.
Let op: deze zogenoemde toeslagverlening blijft te allen tijde voorwaardelijk. SPT probeert ieder jaar uw pensioen te verhogen. Maar het fonds heeft daarvoor geen geld gereserveerd of een extra premie gevraagd. De toeslag is afhankelijk van de financiële situatie van het pensioenfonds.