hidden Begrippen

A

ABTN
Afkorting voor actuariële en bedrijfstechnische nota. In de ABTN wordt door het bestuur van een pensioenfonds uiteengezet welke actuariële en bedrijfstechnische opzet ten grondslag ligt aan een fonds. De ABTN (ook wel bedrijfsplan genoemd) gaat nader in op de organisatie van het fonds, de inhoud van de pensioenregeling, de financiële opzet (waaronder grondslagen), het beleidskader (toeslag- en beleggingsbeleid) de sturingsmiddelen, de hoofdlijnen van het interne risicobeheersingssysteem alsmede de hoofdlijnen van de uitvoeringsovereenkomst.
Activa
Bezittingen van het pensioenfonds.
Actuariële grondslagen
Dit zijn de veronderstellingen die de actuaris gebruikt bij de vaststelling van de pensioenverplichtingen en de ­pensioenpremie. Deze veronderstellingen hebben onder meer betrekking op de gehanteerde rekenrente, de sterftekansen en de kostenopslagen.
Actuariële Principes Pensioenfondsen
Door de Nederlandsche Bank verstrekte richtlijnen die ­pensioenfondsen tot en met boekjaar 2006 in acht ­moesten nemen bij de financiële opzet van het fonds en bij de invulling die hier in de praktijk aan wordt gegeven. Deze principes zijn per 1 januari 2007 vervangen door het Financieel Toetsingskader (FTK).
Actuaris
Een actuaris combineert economische en wiskundige technieken ten behoeve van de vaststelling van de ­benodigde koopsommen of premies en de verplichtingen van het fonds (vaststelling voorziening pensioenverplichtingen). Tevens verricht de actuaris risicoanalyses en studies met betrekking tot het afstemmen van verplichtingen en beleggingen.
Asset Liability Management-studie (ALM-studie)
Deze studie geeft inzicht in de toekomstige ontwikkelingen van een pensioenfonds en biedt een pensioenfonds­bestuur de mogelijkheid diverse beleidsvariabelen (zoals beleggingsbeleid, premiebeleid en toeslagbeleid) in hun onderlinge samenhang te evalueren.
Autoriteit Financiële Markten
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) is een bij wet ­ingesteld toezichthoudend orgaan dat toezicht houdt op het gedrag van de gehele financiële marktsector. De AFM is toezichthouder op de pensioenfondsen voor zover het gaat om het effectentypisch gedragstoezicht.
Naar boven

B

Balansrisico
De risico’s die het pensioenfonds loopt met betrekking tot beleggingen.
Beleggingsbeleid
Een pensioenfonds is verplicht om op prudente wijze te beleggen. Het beleggingsbeleid van een pensioenfonds is enerzijds gericht op het zoveel mogelijk uitsluiten van beleggingsrisico’s en anderzijds op het behalen van een zo hoog mogelijk rendement. Bovendien moet de afstemming van beleggingen op de pensioenverplichtingen goed zijn: het pensioenfonds moet op elk moment aan haar ­uitkeringsverplichtingen kunnen voldoen.
Om optimaal aan deze uitgangspunten te voldoen is een juiste samenstelling van de beleggingsmix noodzakelijk, die met behulp van een ALM-studie kan worden vastgesteld.
Beleggingsmix
Verdeling van de beleggingen over zakelijke en ­vastrentende waarden.
Beleidsregel Uitbesteding Pensioenfondsen
Voorschriften van De Nederlandsche Bank met betrekking tot de uitbesteding door pensioenfondsen van werkzaamheden aan andere organisaties.
Benchmark
Een maatstaf voor de beoordeling en vergelijking van de performance van beleggers onderling.
Naar boven

C

Certificerend actuaris
De waarmerkend actuaris is belast met de beoordeling van de financiële positie van het fonds. Hij geeft jaarlijks een actuariële verklaring af, waarmerkt de actuariële verslagstaten en stelt een rapport op ter onderbouwing van zijn oordeel.
Commodities
Een commodity is een beleggingsklasse en heeft ­betrekking op grondstoffen en bulkgoederen.
Compliance
Het toezien op de naleving van wettelijke regels en regels die het pensioenfonds zelf heeft opgesteld met het ­oogmerk reputatieschade te voorkomen.
Compliance-officer
De compliance-officer houdt toezicht op de deugdelijkheid en effectiviteit van interne regels en procedures en op de naleving van de gedragscode van het fonds.
Het bestuur van het pensioenfonds benoemt een ­compliance-officer. De compliance-officer vervult een onafhankelijke rol binnen het pensioenfonds.
Contante waarde
De waarde die op dit moment aanwezig moet zijn om, rekening houdend met rente-aangroei (rekenrente) en eventuele andere actuariële grondslagen, toekomstige pensioenbetalingen te kunnen verrichten.
Continuïteitsanalyse
Met een continuïteitsanalyse wordt beoordeeld of de financiële risico’s voor een pensioenfonds zich, met inachtneming van een realistische schatting van de toekomstige ontwikkeling van de economie, op lange termijn binnen aanvaardbare grenzen bevinden. Het risico dat een fonds in de toekomst niet meer aan zijn verplichtingen of aan de eisen ten aanzien van het eigen vermogen zal kunnen voldoen, kan op deze manier in een eerder stadium worden onderkend. Daarnaast wordt de kracht van de verschillende beleidsinstrumenten en de ontwikkeling daarvan in kaart gebracht en wordt de consistentie in de toezegging, financiering en communicatie ten aanzien van toekomstige toeslagverleningen getoetst.
De continuïteitsanalyse heeft een toetsingshorizon van 15 jaar.
Converteerbare obligaties
Een converteerbare obligatie (ook wel convertible) is een obligatie die omgezet kan worden in aandelen.
Convertibles
Een convertible is een obligatie die omgezet kan worden in aandelen.
Corporate governance (Goed ondernemingsbestuur)
Beheer van en toezicht en controle op een onderneming, waarbij bestuurders verantwoording moeten afleggen aan de aandeelhouders. De beginselen van goed ondernemingsbestuur (commissie Tabaksblad) hebben model gestaan voor de Principes voor goed pensioenfondsbestuur.
Naar boven

D

De Nederlandsche Bank
Bij wet ingesteld toezichthoudend orgaan, dat de ­naleving van de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspen­sioenregeling bewaakt.
Dekkingsgraad
Een maatstaf voor de solvabiliteit van een pensioenfonds. De dekkingsgraad is de verhouding tussen het aanwezig vermogen (AV) en de voorziening verplichtingen (VPV) van het fonds, uitgedrukt in een percentage:

Dekkingsgraad = AV / VPV x 100%

Hierbij is het aanwezige vermogen (AV): het totaal van de activa minus de kortlopende schulden.

Hierbij zijn de verplichtingen (VPV): de ­voorziening ­pensioenverplichtingen eigen rekening.

Er is sprake van onderdekking als het aanwezig vermogen minder bedraagt dan het minimaal vereist vermogen. Het minimaal vereist vermogen bedraagt 105% van de som van de voorziening pensioenverplichtingen eigen rekening.

Dekkingstekort
Situatie dat de middelen van het pensioenfonds niet langer toereikend zijn om de voorziening pensioenverplichtingen en de reserve voor algemene risico’s te dekken.
Derivaten
Afgeleide financiële instrumenten, dat wil zeggen finan­ciële contracten, waarvan de waarde wordt afgeleid van een onderliggende waarde (bijv. een aandeel), een referentieprijs of een index (bijv. de AEX-index). De hoofdvormen van derivaten zijn opties, futures contracten en forward contracten. Ook valutatermijncontracten worden als ­derivaten aangemerkt.
Naar boven

E

Effectentypisch gedragstoezicht
Gedragstoezicht dat vooral betrekking heeft op de ­gedragingen van verantwoordelijke directies en besturen van financiële instellingen, zoals de naleving van gedragscodes, corporate governance e.d. Het gedragstoezicht wordt uitgeoefend door de Autoriteit Financiële Markten. Een ander onderwerp van aandacht van het gedrags­toezicht is de consumentenbescherming. Effectentypisch gedragstoezicht onderscheidt zich van prudentieel toezicht dat wordt uitgeoefend door De Nederlandsche Bank.
Naar boven

F

Fiduciaire advisering
Adviseur die het bestuur ondersteunt bij de uitwerking van haar bestuursverantwoordelijkheid op het gebied van de financiële aansturing van het fonds en de invulling van het beleggingsbeleid.
Financieel Toetsingskader (FTK)
Benaming van het nieuwe toezichtregime dat vanaf 1 januari 2007 van toepassing is op de financiële ­positie en het financiële beleid van pensioenfondsen. Het Financieel Toetsingskader (FTK) vervangt de Actuariële Principes Pensioenfondsen. Het FTK is opgenomen in de Pensioenwet.
Forwards / FX forwards
Een future (of termijncontract) is een financieel contract tussen twee partijen die zich verbinden om op een bepaald tijdstip een bepaalde hoeveelheid van een product of financieel instrument te verhandelen tegen een vooraf bepaalde prijs. Men komt dus een transactie in de toekomst overeen. Verschil met een future is dat een forward niet gestandaardiseerd is en “over the counter” (OTC) wordt verhandeld. OTC slaat op financiële transacties die niet via de beurs verlopen, maar die direct tussen twee partijen (meestal een bank en een tegenpartij, die ook weer een bank kan zijn) afgesloten worden.
Futures
Een future (of termijncontract) is een financieel contract tussen twee partijen die zich verbinden om op een bepaald tijdstip een bepaalde hoeveelheid van een product of financieel instrument te verhandelen tegen een vooraf bepaalde prijs. Men komt dus een transactie in de toekomst overeen.
Naar boven

G

Gedragscode
De gedragscode bevat voorschriften voor bestuurders en eventuele adviseurs van het pensioenfonds ter voorkoming van belangenconflicten en van misbruik en oneigenlijk gebruik van de bij het fonds aanwezige, vertrouwelijk ­informatie. Deze informatie betreft voor een belangrijk deel de beleggingstransacties namens het fonds.
Generatietafel
Zie het begrip “sterftetafel”.
Gerealiseerd resultaat
Resultaat na verkoop van de beleggingen.
Naar boven

I

Immunisatie rente
Het neutraliseren van de impact van renteveranderingen op de balans van het fonds.
Indexatie
Zie het begrip “toeslag”.
Naar boven

K

Kansstelsels
Dit zijn veronderstellingen met betrekking tot onder meer sterfte- en arbeidsongeschiktheidskansen.
Naar boven

M

Marktwaarde
Waarde van een beleggingsobject als het op dat moment verkocht zou worden.
Naar boven

N

Nabestaandenpensioen
Verzamelnaam voor weduwen-, weduwnaars-, partner­pensioen en wezenpensioen.
Nominale waarde of boekwaarde
De waarde waartegen activa en passiva op de balans zijn opgenomen.
Naar boven

O

Onderdekking
Onderdekking betekent dat het fonds niet voldoende reserves heeft om aan toekomstige verplichtingen te voldoen. De dekkingsgraad is dan lager dan 105%.
Ongerealiseerd resultaat
Herwaardering van de beleggingen ultimo jaar. Dit resultaat wordt behaald na verkoop van de beleggingen.
Opties/Gekochte put-opties/Geschreven call-opties
Een optie is een recht om tegen een vooraf bepaalde prijs binnen een afgesproken periode een bepaald goed te kopen of te verkopen. Een optie is een afgeleid product, ofwel een derivaat. De waarde van de optie is gebaseerd op de waarde van het onderliggende product, de looptijd, de bewegelijkheid van de prijs van de onderliggende waarde en de rente.
Wie een call-optie koopt krijgt daarmee het recht om een bepaalde onderliggende waarde binnen een gedefinieerde periode te kopen tegen een van tevoren vastgestelde prijs. Het bedrag waartegen de optie wordt verhandeld noemt met een optiepremie.
Wie een call-optie schrijft oftewel verkoopt verleent daarmee aan de koper het recht om een onderliggende waarde tegen een van tevoren vastgestelde prijs te kopen. De uitschrijver ontvangt als compensatie een bedrag per optie. De schrijver van de optie gaat bovendien zelf een verplichting aan de onderliggende waarde ook te leveren als daarom door de optiehouder gevraagd wordt.
De koper van een put-optie heeft een recht gekocht om een onderliggende waarde tegen een van tevoren afgesproken koers te verkopen. Iemand die bepaalde aandelen heeft en deze wil houden kan zich door koop van een geschikte put-optie dus “verzekeren” van de waarde van zijn aandelen gedurende de looptijd van de optie. Voor deze verzekering betaalt de koper een bedrag.
De verkoper van een put-optie verplicht zich een onder­liggende waarde af te nemen tegen een van tevoren afgesproken prijs. Als vergoeding ontvangt de schrijver van de koper het premiebedrag.
Ouderdomspensioen
Pensioen, bestemd voor de financiële verzorging van de pensioengerechtigde, nadat deze de in de pensioen­regeling omschreven pensioenleeftijd heeft bereikt.
Overlay
De combinatie van derivaten die het doel hebben de balans van het fonds minder gevoelig te maken voor veranderingen in de rente, wisselkoers of prijsveranderingen.
Overlevingstafel
Zie het begrip “sterftetafel”.
Overlopende activa
Vooruitbetaalde kosten.
Overlopende passiva
Vooruitontvangen bedragen.
Overrente
Het positieve verschil tussen het beleggingsrendement van het fonds en de rekenrente.
Naar boven

P

Partnerpensioen
Pensioen dat wordt uitgekeerd aan de partner en eventuele ex-partner na het overlijden van de deelnemer of gepensioneerde.
Passiva
Schulden van het pensioenfonds.
Pensioenwet
De nieuwe wet die vanaf 1 januari 2007 de voormalige Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW) vervangt.
Pension Fund Governance
De manier waarop het pensioenfonds is georganiseerd (structuur) en de verantwoordelijkheden worden ­uitgevoerd (processen). In het kader van Pension Fund Governance heeft de Stichting van de Arbeid aanbevelingen gedaan voor goed ensioenfondsbestuur. Deze waarborging voor goed bestuur (principes voor goed pensioenfondsbestuur) is verankerd in de op 1 januari 2007 in werking getreden Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling. Zie ook het begrip “Principes voor goed pensioenfondsbestuur”.
Performance
Het rendement dat is behaald met de beleggingen.
Premievrije aanspraken
Indien het deelnemerschap aan een pensioenregeling eindigt, anders dan door overlijden of het bereiken van de pensioenleeftijd, verkrijgt de gewezen deelnemer een premievrije aanspraak op ouderdomspensioen, partner- en wezenpensioen.
Principes voor goed pensioenfondsbestuur
Aanbevelingen van de Stichting van de Arbeid voor de besturen van pensioenfondsen om te komen tot goed pensioenfondsbestuur. De principes voor goed pensioenfondsbestuur zijn verankerd in de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling. De principes hebben betrekking op de onderdelen: zorgvuldig bestuur, transparantie, openheid en communicatie, deskundigheid en functioneren van het bestuur, verantwoording alsmede intern toezicht.
Prudentieel toezicht
Bedrijfseconomisch toezicht dat zich met name richt op de handhaving c.q. waarborging van de financiële ­soliditeit van het pensioenfonds. Dit type toezicht berust bij De Nederlandsche Bank. Prudentieel toezicht onderscheidt zich van effectentypisch gedragstoezicht dat wordt uitgeoefend door de Autoriteit Financiële Markten.
Naar boven

R

Rekenrente
De rekenrente is het fictieve percentage dat het belegde vermogen wordt geacht op te brengen in de toekomst en waarvan bij de berekening van de contante waarde van de voorziening pensioenverplichtingen (VPV) wordt uitgegaan. In het Financieel Toetsingskader wordt de rekenrente bepaald op basis van de rentetermijnstructuur (marktwaarde).
Rentetermijnstructuur
De rentetermijnstructuur, of yield curve, is een grafiek die het verband weergeeft tussen de looptijd van een vastrentende belegging enerzijds en de daarop te ontvangen marktrente anderzijds. Een rentetermijnstructuur heeft doorgaans een stijgend verloop. Als iemand zijn geld voor een langere periode uitleent, eist hij normaliter een hogere ­vergoeding dan bij een lening over een korte termijn.
Reservetekort
Situatie dat de middelen ontoereikend zijn om naast de voorziening pensioenverplichtingen en de reserve voor algemene risico’s, ook nog de vereiste reserve beleggingsrisico’s, de reserve voorgenomen pensioenaanpassing en eventuele andere reserves te dekken.
Naar boven

S

Solvabiliteit
Het vermogen om (nu en op termijn) aan de financiële ­verplichtingen te kunnen voldoen.
Sterftetafel
Statistisch overzicht met betrekking tot onder meer ­sterftekans per leeftijd van een groep personen, zoals ­bijvoorbeeld alle mannen in de bevolking van Nederland. De meest recente Nederlandse sterftetafel is de tafel Gehele Bevolking Mannen (GBM), respectievelijk Gehele bevolking Vrouwen (GBV) in Nederland over de waarnemingsperiode 2000-2005. Deze sterftetafel is vastgesteld door het Actuarieel Genootschap
Sterftetrend
Statistisch overzicht waarbij rekening wordt gehouden met de verwachte toekomstige verandering van de overlevingskansen. Met ingang van 1 januari 2007 moet de sterftetrend op grond van de Pensioenwet (FTK) worden meegenomen bij de vaststelling van de verplichtingen en de actuarieel benodigde premie.
De sterftetrend is verwerkt in de AG generatietafel 2050: in deze tafel wordt rekening gehouden met een toename van de overlevingskansen in de periode t/m 2050.
Strategische of Tactische beleggingsportefeuille
De strategische beleggingsportefeuille beschrijft de lange termijn verdeling van de bezittingen over de verschillende beleggingsobjecten. De tactische beleggingsportefeuille de (eventuele) korte termijn afwijking van de lange termijn verdeling.
Swaps
Een swap is een derivaat waarbij een partij een bepaalde kasstroom of risico (bijvoorbeeld rente) wisselt tegen dat van een andere partij. Deze twee componenten worden ook wel de “poten” (legs) van de transactie genoemd.
De uitdrukking is afkomstig van het Engelse werkwoord “to swap” (ruilen, omwisselen). Swaps zijn derivaten, dat wil zeggen dat ze afgeleide producten zijn.
Swaptions
Een optie om een swap aan te gaan. Zie definities swap en optie.
Naar boven

T

Toeslag
Een toeslag is een verhoging van een pensioenuitkering of aanspraak op pensioen, gebaseerd op een in het ­pensioenreglement omschreven toeslagregeling.
Toeslagenlabel

Een plaatje met informatie over de verwachte verhoging van uw pensioen in de komende 15 jaar. In het toeslagenlabel wordt de verwachte verhoging van uw pensioen vergeleken met de verwachte prijsstijging. 

Total return
Het totaalrendement op beleggingen zijnde de directe en de indirecte beleggingsopbrengsten.
Naar boven

V

Valutarisico
Het risico dat de waarde van een financieel ­instrument zal fluctueren als gevolg van veranderingen in valutawisselkoersen.
Vastrentende waarden
Beleggingen met een vaste looptijd en een overeen­gekomen plan van rente en aflossing, zoals obligaties. Andere vormen van vastrentende waarden zijn onderhandse leningen en hypotheken.
Verantwoordingsorgaan
Orgaan waaraan het bestuur van het pensioenfonds ­jaarlijks verantwoording moet afleggen. In dit orgaan (vanaf 1 januari 2008 op grond van de Wet verplichte beroepspensioenregeling verplicht in te stellen) zijn de deelnemers en de pensioen­gerechtigden vertegenwoordigd.
Visitatiecommissie
Eén van de vier opties in de Principes voor goed pensioenfondsbestuur om invulling te geven aan het intern toezicht op pensioenfondsen.
Indien een visitatiecommissie wordt benoemd, dient deze tenminste één keer in de drie jaar het functioneren van het bestuur te beoordelen. Deze commissie bestaat tenminste uit drie onafhankelijke deskundigen.
Volatieler verloop
Onder FTK worden pensioenaanspraken niet langer tegen een vaste rekenrente contant gemaakt, maar tegen een actuele marktrente. Aangezien deze marktrente onderhevig is aan marktschommelingen, en dus door de tijd zal variëren, vertoont de voorziening een onstabieler verloop dan voor FTK.
Volatiliteit
De beweeglijkheid van beurskoersen.
Voorziening pensioenverplichtingen (VPV)
Dit is de, met inachtneming van de actuariële grondslagen (rekenrente, kansstelsels en kostenopslagen), vastgestelde balanspost die de gekapitaliseerde waarde (contante waarde) van de opgebouwde pensioenen aangeeft.
Naar boven

W

Wet verplichte beroepspensioenregeling
De pensioenwetgeving die geldt voor beroepspensioenfondsen.
Wezenpensioen
Een tijdelijke uitkering die kan worden toegekend aan de kinderen, die de (gewezen) deelnemer of gepensioneerde bij overlijden nalaat en die ten tijde van dat overlijden jonger zijn dan 18 jaar, dan wel studerend of invalide zijn én jonger zijn dan 27 jaar.
Naar boven

Z

Zakelijke waarden
Aandelen en onroerende zaken. Onder onroerende zaken wordt verstaan beleggingen in onroerend goed, zoals ­kantoren, winkels en woningen. Deze kunnen zowel op directe wijze geschieden als op indirecte wijze door ­belegging in al dan niet beursgenoteerde beleggingsfondsen.
Naar boven